Een zomer vol kansen bij aanvang van een nieuw politiek tijdperk

Dick Schoof maakt sprong van het ambtelijk apparaat naar de politieke bestuurlijke arena

Home / Een zomer vol kansen bij aanvang van een nieuw politiek tijdperk

Back

Ruim een halfjaar na de verkiezingen, na een uitdagende formatieperiode gekenmerkt door obstakels en spanningen tussen de formerende partijen, heeft het nieuwe kabinet onder leiding van Dick Schoof gisteren zijn intrede gedaan op het bordes van Huis ten Bosch.

Na bijna veertien jaar als premier draagt Mark Rutte het leiderschap over aan de 67-jarige Schoof. Met een indrukwekkend cv, waaronder topfuncties bij de NCTV, AIVD en Justitie en Veiligheid, maakt Schoof de sprong van het ambtelijk apparaat naar de politieke bestuurlijke arena. Als leider van het nieuwe kabinet wordt hij vooral de primus inter pares, waarbij hij de uitdaging aangaat om de onderlinge verhoudingen te beheren die mogelijk nog wel eens onder druk kunnen komen te staan.

Maar hoe ziet het kabinet Schoof I eruit? Het valt op dat het extraparlementaire karakter, zoals voorgesteld door voormalig informateur Putters, in de praktijk meer de vorm van een ‘normaal’ meerderheidskabinet heeft aangenomen. Uit de namenlijst van alle 29 aanstaande ministers en staatssecretarissen, blijkt dat bijna de helft (14) op dit moment Kamerlid is voor PVV, VVD, NSC of BBB. Verder bestaat de lijst uit gedeputeerden, oud-parlementariërs en voormalig kandidaat-Kamerleden.

Bij 24 van de gepresenteerde bewindspersonen ontbreekt het aan politieke bestuurlijke ervaring.  Alleen Mona Keijzer, BBB-minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening, was eerder staatssecretaris in het kabinet-Rutte III namens het CDA. Daarnaast was VVD’er Mariëlle Paul, nu staatssecretaris van Onderwijs, afgelopen jaar demissionair onderwijsminister. Chris Jansen (PVV), Eddy van Hijum (NSC) en Femke Wiersma (BBB) hebben ervaring als provinciebestuurders. Opvallend is dat de term ‘zakenkabinet’ tot op zekere hoogte wordt weerspiegeld in dit kabinet, met diverse functies vervuld door vakmensen binnen hun respectievelijke portefeuilles.

Wat kunnen we verwachten van de komende periode? Vandaag en morgen gaat de Kamer in debat over de regeringsverklaring die het kabinet heeft opgesteld en naar de Kamer heeft gestuurd, volgend op het constituerend beraad van afgelopen maandag. Tijdens dit beraad hebben de nieuwe bewindspersonen de definitieve verdeling van de portefeuilles (inclusief budgetten) en beleidsprioriteiten vastgesteld en zich verbonden aan het hoofdlijnenakkoord. Het debat zal ons een eerste indruk geven van hoe het hoofdlijnenakkoord wordt ingevuld door het kabinet en welke accenten de Kamer legt. Hoewel de Tweede Kamer na deze week met reces gaat, zullen de nieuwe bewindspersonen direct aan de slag moeten.

De komende weken gaan de verschillende bewindspersonen het hoofdlijnenakkoord uitwerken tot een gedetailleerder beleidsprogramma welke wordt gepresenteerd wordt voor Prinsjesdag. Hoewel de invulling zal afhangen van de standpunten van de nieuwe bewindspersonen, zullen zij ook aanzienlijk leunen op de ambtelijke ondersteuning van hun respectievelijke departementen. Deze ambtenaren kennen de dossiers inhoudelijk door en door en beschikken over jarenlange ervaring. Om de nieuwe bewindspersonen wegwijs te maken binnen de ministeries, stelt het ambtelijk apparaat daarom diverse ‘fiches’ (adviezen) op met mogelijke beleidsopties.

Het blijft onduidelijk in welke mate de fractievoorzitters van de coalitiepartijen en specifieke fractiewoordvoerders invloed willen en kunnen uitoefenen op de invulling van het hoofdlijnenakkoord. Van der Plas heeft al aangegeven hier weinig over te willen delen. NSC en VVD waren duidelijker: zij stellen dat de invulling van het hoofdlijnenakkoord aan het kabinet is. Het valt nog te bezien of dit in de praktijk ook zo zal zijn, vooral omdat de verschillende fractiespecialisten van de coalitiepartijen op een bepaalde manier altijd betrokken zullen worden bij de uitwerking.

Het is ook het moment voor andere belanghebbenden om het uiteindelijke beleid te beïnvloeden. Assertieve bewindspersonen, politieke assistenten en beleidsmedewerkers zullen input verzamelen vanuit buiten de Haagsche Bubbel om beleid vorm te geven. Bovendien zullen de bewindspersonen zich uitgebreid moeten inlezen op verschillende dossiers waarbij hulp van buitenaf vaak meer dan welkom is.

Samengevat, de nieuwe bewindspersonen staan voor een intensieve zomer. Tegelijkertijd biedt deze periode volop kansen om beleid via zowel de politieke als ambtelijke lijn in de juiste richting te sturen. En om af te sluiten met de wijze woorden van Rutte: ”Het is belangrijk om vast te houden aan de beste Nederlandse traditie van overleg, verstandige compromissen en het niet ontlopen van verantwoordelijkheden.” Deze zomer en daarna zal blijken of de nieuwe kabinetsploeg in staat is dit waar te maken. Immers, het zoeken naar samenwerking en compromissen vormde al een aanzienlijke uitdaging aan het begin van deze formatie.