Financiën: burgers profiteren, bedrijven betalen

Home / Financiën: burgers profiteren, bedrijven betalen

Back

Het algemeen financieel-economische beleid en het begrotingsbeleid worden primair toegelicht in de Miljoenennota. Daarin worden ook de belasting-ontvangsten toegelicht. Het fiscale beleid komt op hoofdlijnen aan bod in deze begroting; in het Belastingplan wordt gedetailleerd ingegaan op de veranderingen in het fiscale beleid. In dit artikel worden de belangrijkste fiscale maatregelen uit de Miljoenennota benoemd en verder toegelicht. Daarnaast wordt er ook aandacht besteed aan een aantal relevante ontwikkelingen vanuit het Belastingplan.

De beleidsprioriteiten van het ministerie van Financiën voor 2020 zijn onderverdeeld in vier thema’s. Het ministerie zet zich allereerst in voor een financieel gezond Nederland (thema 1). Het kabinet houdt zich voor 2020 aan de uitgavenplafonds. Voor 2020 wordt het EMU-saldo geraamd op 0,2% van het bbp en de EMU-schuld komt uit op 47,7% van het bbp. Nederland voldoet hiermee aan de Europese begrotingsnormen.

Zo wil het kabinet de lasten voor burgers verlichten, vooral door de lasten op arbeid te verlagen. Het tarief in de huidige tweede en derde schijf daalt onder andere in 2020 van 38,1% naar 37,35%, terwijl het tarief in de huidige eerste schijf stijgt van 36,65% naar 37,35%. Het toptarief daalt van 51,75% in 2019 naar 49,5% in 2020. Daarnaast wordt de arbeidskorting met € 106 extra verhoogd voor werkenden met een inkomen tussen grofweg € 10.000 en € 98.000. Het nieuwe maximum van de arbeidskorting komt daarmee in 2020 op ruim € 3.800 uit. De algemene heffingskorting wordt in 2020 verhoogd met € 194 en met € 60 in 2021. Daarnaast verlaagt het kabinet de zelfstandigenaftrek met € 250 per jaar in de periode tot en met 2028 om zo het verschil tussen werkenden en zelfstandigen te verkleinen. Door de verhoging van de arbeidskorting gaan de meeste zelfstandigen er in 2020 niet op achteruit.

Verder gaat de bijtelling van elektrische auto’s omhoog. In 2020 stijgt de bijtelling van 4% naar 8% over de catalogusprijs van de auto. Is de catalogusprijs hoger dan € 45.000? Dan geldt vanaf € 45.000 22% bijtelling. Nu is dit nog vanaf € 50.000. In de jaren erna gaat het bijtellingspercentage verder omhoog.

De tarieven in de vennootschapsbelasting worden stapsgewijs verlaagd. In 2020 wordt het tarief in de 1e schijf verlaagd van 19% naar 16,5%. In 2021 gaat het tarief in de eerste schijf verder omlaag naar 15%. Het tarief in de tweede schijf wordt dan verlaagd van 25% naar 21,7%. Hiertegenover staan grondslag verbredende maatregelen zoals de invoering van een minimumkapitaalregel voor de financiële sector. Dit heeft ook tot doel bewerkstelligen.

De Belastingdienst staat voor een goede uitvoering en toezicht op fiscale wetgeving (thema 2). In 2020 gaat men verder met het beheerst vernieuwen van de dienst. Naast het structureel verbeteren van de uitvoering en het toezicht, wordt er onder meer extra ingezet op het bestrijden van ondermijning en witwassen.

Stabiliteit in de EU en in de wereld zijn voor ons land vanwege onze intensieve internationale samenwerking, erg belangrijk. Het Ministerie van Financiën opereert in toenemende mate in een internationaal speelveld (thema 3). Dat geldt zowel voor instanties als het IMF, de Wereldbank, de G20 als de Europese Unie. De Brexit en de onderhandelingen over het Meerjarig Financieel Kader (MFK) van de EU kunnen flinke invloed hebben op de overheidsfinanciën. Andere prioriteiten zijn onder andere het aanpakken van belastingontwijking en -ontduiking op Europees niveau en het verdiepen van de kapitaalmarkten- en bankenunie.

Tevens dient het kabinet een wetsvoorstel bij de Tweede Kamer in ter invoering van een conditionele bronbelasting op rente en royalty’s.

Tot slot zet het ministerie in op het versterken, verduurzamen en vergroenen van de Nederlandse economie (thema 4). Zo is het ministerie van plan om in 2020 de groene obligatie ten minste een keer te heropenen. Ook is er aandacht voor het vergroenen van het fiscale stelsel.

In het Belastingplan 2020 komen daarnaast een aantal concrete ambities van het Kabinet op het terrein van belastingen naar voren. Hieronder een opsomming:
• Focus binnen hervormingspakket: verkleinen fiscaal verschil tussen werknemers en zelfstandigen. Het kabinet stelt voor om extra geld uit te trekken om op de kortere termijn een structurele hervorming in te kunnen zetten. Het kabinet stelt een combinatie voor van het verhogen van de arbeidskorting en een geleidelijke verlaging van de zelfstandigenaftrek.
De koopkracht van huishoudens stijgt het komende jaar naar verwachting 2,1%. ten opzichte van 2019. Dit komt deels door een stijging van de lonen en deels door de belastingmaatregelen die het kabinet neemt, zoals de overgang naar een tweeschijvenstelsel in de inkomstenbelasting en de verhoging van de arbeidskorting en de algemene heffingskorting.
• In het wetsvoorstel Belastingplan 2020 wordt, om voor banken en verzekeraars het fiscale voordeel van de financiering met vreemd vermogen te beperken, een minimumkapitaalregel voor banken en verzekeraars voorgesteld.
• Daarnaast neemt het kabinet vanaf volgend jaar het bestaande verschil in btw-behandeling weg tussen het leveren en uitlenen van boeken, kranten en tijdschriften op een fysieke drager of langs elektronische weg. Voor beide situaties wordt straks het verlaagde btw-tarief toegepast van 9 procent.
• In het wetsvoorstel Overige fiscale maatregelen 2020 wordt onder meer voorgesteld om de Belastingdienst de bevoegdheid toe te kennen tot het openbaar maken van vergrijpboeten die zijn opgelegd aan medeplegende beroepsbeoefenaars die belastingontduiking of toeslagfraude faciliteren.
• Met het wetsvoorstel Wet bronbelasting 2021 wordt per 2021 een conditionele bronbelasting op rente- en royaltybetalingen naar laagbelastende jurisdicties en in misbruiksituaties ingevoerd.
• In het wetsvoorstel Wet afschaffing fiscale aftrek scholingsuitgaven wordt voorgesteld om de fiscale aftrek voor scholingsuitgaven af te schaffen. In de plaats van deze aftrekpost komt een vervangende regeling: de subsidieregeling STAP-budget (leer- en ontwikkelbudget voor de stimulans van de arbeidsmarktpositie) voor natuurlijke personen met een band met de Nederlandse arbeidsmarkt.

Dit artikel valt onder de expertise